Wie is Online

  • 1 gebruiker
  • 12 gasten
  • Inloggen



    Welkom op website van de Hersteld Hervormde Gemeente te Vriezenveen.


    Kerkgebouw

    Beth-El kerk Vriezenveen

     
    Overdenking E-mail

    “Deze zal groot zijn….”


    De woorden die boven deze meditatie staan brengen ons in gedachten naar één van de meest wonderlijke ontmoetingen in de wereldgeschiedenis. Een jonge vrouw, afkomstig uit Nazareth in Galilea, krijgt Goddelijk bezoek. Zij wordt bezocht door een engel, een boodschapper uit de hemel. Het gaat niet om zo maar een engel, maar om de engel Gabriël, die door de Heere gezonden is naar haar, die de ondertrouwde vrouw van Jozef is. Zowel Jozef als Maria zijn uit het huis van David; het huis waaruit de Zaligmaker geboren zal worden.

    Wat moet het een diepe indruk gemaakt hebben op Maria als de engel haar begroet. Zou een mens niet beven als hij of zij op zekere dag door een engel begroet zou worden? Toch wordt die engel niet gezonden om haar te verschrikken, maar om haar te verblijden. De boodschap die hij moet brengen, is een boodschap van heil: “Wees gegroet, gij begenadigde; de HEERE is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen”. En nadat wij lezen dat Maria ontroerd was, en zij in haar hart overlegde wat dit alles te betekenen had, lezen wij hoe de engel het haar bekend maakt: “Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden. En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam heten JEZUS”. Het is het onuitsprekelijke wonder dat Maria mag horen dat de lang verwachte Zaligmaker eindelijk geboren zal worden. Vier eeuwen lang hebben de profeten gezwegen. En dat terwijl de Zaligmaker Die geboren moest worden al vanaf de tijd dat Adam het paradijs moest verlaten, verwacht werd. Hoe werd die verwachting bestreden. Hoe heeft het erop geleken dat Gods beloften hun vervulling toch zouden missen. Nu mag blijken dat Gods belofte toch heerlijk vervuld zal worden.

    Minstens zo’n groot wonder is het dat Maria zelf de moeder van de Zaligmaker zal zijn. Elizabet zal het haar later toeroepen: “Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws buiks”. En Maria zelf mag het belijden: “...want zie, van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten”. Maar nu gaat het in de meditatie niet over Maria. Het gaat over Hem Wiens geboorte Gabriël mag aankondigen, Die uit de maagd Maria geboren zal worden. Het gaat over de Christus. Maria zal niet méér kunnen zijn dan de moeder des Heeren. Het gaat om Hem van Wie de engel zegt: “Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden”. Het is wel zeer opvallend dat de engel van de Heere Jezus zegt dat Hij groot zal zijn. Daarvan lijkt aanvankelijk geen enkele sprake te zijn. Na Zijn geboorte zal de Christus immers neergelegd moeten worden in een kribbe, omdat voor Hem geen plaats was in de herberg. Alleen de herders en de wijzen zijn gekomen om Hem na Zijn geboorte te aanbidden. In Nazareth, waar Hij opgegroeid was, zal Hij niet geëerd worden. Zelf zal Hij zeggen dat Zijn Koninkrijk niet van deze aarde is. De Farizeeërs en de Schriftgeleerden zullen Hem zoeken om te doden. Als een misdadiger zal Hij opgebracht worden. Hij zal bespot worden, gegeseld en geslagen. De menigte zal het uitroepen: “Kruis Hem, kruis Hem”. Hoe kan de engel dan zeggen dat Hij groot zal zijn, als Hij zelfs de vloekdood zal moeten sterven en begraven zal worden? Hoe kan het dan zijn dat toch van deze Zaligmaker gezegd moet worden: “Deze zal groot zijn?”

    Hoewel het er dus op lijkt dat de Heere Jezus geen gedaante of heerlijkheid heeft, moeten we bedenken dat niettemin toch door de engelen over Zijn geboorte is gezongen. Dat toch de wijzen met geschenken beladen zijn gekomen om de geboren Koning der Joden te aanbidden. Dat het uit de hemel heeft geklonken toen Hij gedoopt werd: “Deze is Mijn Zoon, mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb”. Dat, na de verzoeking in de woestijn, de engelen gezien zijn, die Hem dienden. “Deze zal groot zijn”. We denken eraan hoe Hij op een ezelsveulen intocht hield in Jeruzalem en dat het volk het uitriep: “Gezegend is Hij Die daar komt in de Naam des Heeren”. Al wacht de Christus dan de allerdiepste vernedering en al zal Hij verlaten worden door Zijn Vader, toch is Zijn grootheid gebleken en beleden. Blijkt dat niet uit de bekering van de moordenaar aan het kruis? Blijkt dat niet als de aarde beeft en de steenrotsen scheuren als Hij sterft? Moest de hoofdman het toen niet uitroepen: “Waarlijk, deze Mens was Gods Zoon”. “Deze zal groot zijn”. Dan moeten wij vooral denken aan Zijn heerlijke opstanding uit het graf en aan Zijn hemelvaart. Hoe heeft Zijn Vader Hem verheerlijkt en Hem een Naam gegeven boven alle naam. Hoe is Hem gegeven alle eer en macht. Hoe regeert Hij over hemel en aarde. De Vader heeft Hem verhoogd omdat Hij voor genoegdoening heeft gezorgd zodat Zijn toorn over de zonde gestild zou kunnen worden. De Vader heeft Hem verhoogd omdat Hij de zaligheid voor Zijn Kerk verworven heeft. Als de verhoogde Christus is Hij nu gezeten ter rechterhand Zijns Vaders. “Deze zal groot zijn”. Als we met menselijke ogen kijken, lijkt echter vaak van het tegendeel sprake te zijn. Er is zo veel nood en smart in deze wereld. Het lijkt erop dat niet de Koning der koningen het voor het zeggen heeft, maar dat de satan steeds meer terrein wint. Toch zal Hij groot zijn. Dat zal ten volle blijken als Hij zal terugkomen op de wolken des hemels. Als alle knie zich voor Hem zal buigen en alle tong belijden dat Hij Koning is. Als de graven geopend zullen worden en de levenden en de doden aan Zijn voeten zullen liggen. Dan zullen de schapen van de bokken gescheiden worden. Dan zal Hij de Zijnen verhogen om ze in Zijn heerlijkheid te doen delen. Dan zal Hij de Goddelozen vertreden om ze met de satan te werpen in de buitenste duisternis. Dan zal het Goddeloze volk vergaan tot as, maar de gezaligden zullen de erekroon ontvangen.

    “Deze zal groot zijn”. En al lijkt het niet zichtbaar te zijn, toch geldt zelfs in deze wereld die in het boze ligt, dat Hij nu al Zijn grootheid toont. Met name blijkt dat uit de verkondiging en de verbreiding van Zijn Woord. De Heere roept Zijn knechten en zendt ze opdat de mensen gewezen worden op Hem, als de gekruiste, maar ook de verhoogde Christus. Waar dat gebeurt wordt Zijn Naam de eer gebracht. Dan worden Zijn deugden over het rond der aarde verkondigd.

    “Deze zal groot zijn”. Weet u eigenlijk waaruit dat het allermeest blijkt? Als zondaren zalig mogen worden. In de veelheid van de onderdanen van deze Koning is Zijn heerlijkheid gelegen. Het geldt van nature voor ieder mens dat deze Christus voor ons geen gedaante of heerlijkheid heeft. Niemand, van nature, ziet Hem aan of begeert Hem. Wat wordt dat anders als deze Zaligmaker in het hart van de Zijnen gaat werken. Dan wordt de mens klein, die in eigen gedachten juist zo groot is. Dan gaat hij zichzelf leren kennen als een zondaar en een schuldenaar voor de Heere. Dan wordt het waar in ons eigen leven: “Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het Boek der Wet om dat te doen”. Dan moeten we voor de Heere buigen in het stof en wordt er een bidden geboren. Dan gaan we met de wijzen uit het Oosten de Koning der Joden zoeken. Is dat al in waarheid gebeurd in uw en in jouw leven? Val de Heere te voet om de waarachtige ontdekking aan schuld en zonde en om de verbreking van jouw hart. Denk er goed om: Hij moet als Koning heersen en Hij zal als Koning heersen. Dat geldt ook voor de goddelozen. Wat zal het erg zijn om eens tot een voetbank te moeten worden onder Zijn voeten (Psalm 110) en uit Zijn mond te moeten horen: “Gij hebt niet gewild dat Ik Koning over u ben”. “Deze zal groot zijn”. Dat betekent echter ook iets anders, namelijk dat het zo mee mag vallen voor een ieder die niets overhoudt dan zonde en schuld en die het moet belijden niet waard te zijn dat de Heere naar hem of haar om zal zien. Die de Heere te voet moeten vallen om Zijn genade. Die Zijn grootheid moeten belijden en hun eigen kleinheid moeten erkennen. Die de Heere Jezus nodig krijgen om door Hem van het zondepak verlost te worden, maar ook om door Hem vernieuwd te worden in hun binnenste. Wat mag het dan waar worden wat Maria, de moeder des Heeren, heeft gezongen: “En mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker. Omdat Hij de nederheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien... Want grote dingen heeft aan mij gedaan Hij, Die machtig is, en heilig is Zijn Naam... Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm. Hij heeft verstrooid de hoogmoedigen in de gedachten hunner harten. Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken, en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken heeft Hij ledig weggezonden”.

    “Deze zal groot zijn”. Dan wordt het Kerst in ons leven. Dan wordt de Zaligmaker geboren in je hart. Dan kunt u meezingen met de engelen. Mag dat voor u en jou al gelden? Het is alles op Zijn tijd en Zijn wijze. Vraag het de Heere maar dat Hij Zijn genade in uw en jouw hart zal verheerlijken, en dat door Zijn Woord en Geest. En weet u en jij wat zo’n troost is? Dat Maria mag zingen: “Nederigen heeft Hij verhoogd”. Gods volk moet het belijden waardig te zijn om voor eeuwig weggedaan te worden. Maar zij worden juist verhoogd. Zij worden verhoogd uit de poorten van de dood, uit het graf van de zonde. En zij mogen eeuwig met de Heere leven tot in alle eeuwigheid. Deze Christus zal groot zijn, ook in uw en jouw leven. Zal het zijn tot eeuwige droefheid? Of zal het mogen zijn tot eeuwige blijdschap?


    Vriezenveen, ds. IJ.R. Bijl.


    alt


     
    Hersteld Hervormde Gemeente Vriezenveen