Welkom op website van de Hersteld Hervormde Gemeente te Vriezenveen.

Uitzending : Laden...


Kerkgebouw

Beth-El kerk Vriezenveen

 
Overdenking E-mail

…… en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

Openbaring 7 : 17b

 

En God zal alle tranen van hun ogen afwissen. Hun ogen. Dat zijn de ogen van Gods kinderen! In dit aardse leven voert de Heere Zijn volk met smeking en geween. Gods volk gaat wenend over de aarde. Bij aanvang en voortgang.

Het begin. De tranen van ontdekking. Er wordt geweend over de zonden, die tegen God, tegen de eeuwige Liefde bedreven zijn. In verborgen plaatsen wordt het angstig hart opgeheven tot een rechtvaardig en heilig God. Door schuldbesef getroffen en verslagen, verbroken en in een levend Godsgemis roepen zij het uit:

Is er nog, o groot Ontfermer, is er voor een nare kermer, voor een schreier, nog gehoor?

Bedroefd zijn zij over een hemelhoge schuld. Er moet betaald worden. Maar de ziel heeft geen penning, maar vermeerdert alleen schuld met schuld. Met alle betaalmiddelen bedoelt de ziel immers niets anders dan zichzelf onder het oordeel Gods ‘uit te kopen’. Maar er is geen buigen en verloren gaan onder het recht Gods. Totdat op de ziel door God Zelf aan het einde met zichzelf gebracht wordt, en zich onder Gods rechtvaardig vonnis verloren mag geven.

´t Is wel hard; maar ´t is rechtvaardig:

Ik ben schand’, Gij ere waardig.

Zijt Gij met mijn doem gediend,

zoek Uw eer, Ik heb ’t verdiend.

O, eeuwig wonder, om zo, afgesneden van zichzelf, over te gaan in die Ander, de Heere Jezus Christus. Hij, de mens geworden Zone Gods, Die al Gods geboden volbracht en al Gods toorn over de zonden gedragen heeft. En dat voor een volk van verdoemelijke zondaren en Godhaters en zelfbedoelers.

Eeuwig Godswonder als een mens door vrije ontferming wordt opgezocht en als een des doodsschuldige met Christus wordt verenigd en met God verzoend! Zijn zij dan uitgeweend? Neen, ook wordt er geweend bij de voortgang. Over al datgene waarmee Gods volk de Heere bedroeft. Daar is een droefheid naar God. Over de begane zonden. Over het inwonend bederf. Er zijn de tranen van bekommerdheid. Ook zijn er de tranen vanwege de felle aanslagen en aanklachten van de duivel. Er zijn tranen over een wereld liggend in de boze. Tranen vanwege de druk- en droefwegen.

Daar is zoveel te klagen, daar is zoveel geween.

Maar bij dit alles zijn er zo heel bijzonder die tranen van heimwee! Van verlangen naar Huis. Uitzien naar de volle vereniging van Gods kerk met de Heere. Hunkering naar de verzadiging met Zijn Goddelijk Beeld.

En zo gaat Gods ware volk hier wenend voort door het Mesech der ellende, door dit aardse tranendal. Psalm 126. Maar o, eenmaal worden al de tranen van Gods kinderen afgewist.

*

Hoe geheel anders zal het zijn met de ogen der goddelozen! Die ogen zullen altijd wenen. In de eeuwige rampzaligheid. Die tranen zullen nooit opdrogen. Eeuwig in de pijn en van Gods liefde en gemeenschap verstoken, zullen die goddelozen de eeuwigheid moeten doorbrengen. De hel is de plaats waar is wening en knersing der tanden. Onbekeerde medereiziger naar een nimmereindigende eeuwigheid: zult u de Heere dan niet smeken om uw arme ziel te redden van de eeuwige dood? Zult u de Heere niet aanlopen als een waterstroom, om in Zijn dierbare gunst en zoete gemeenschap te worden hersteld? Nog is er tijd. Straks, na het uur van uw sterven, kunt ge nooit meer bekeerd worden. Mocht ge nog in het stof komen, uzelf verfoeiend en uw hemelhoge schuld voor God als een berouwvol, boetvaardig zondaar beleven, bewenen en belijden: O God, wees mij de zondaar genadig en verzoen mijn zware schuld.                                                         *

Hoe gelukkig zijn Gods lieve kinderen. Hun Meester heeft geweend. En zij worden bediend met een Goddelijke droefheid. En die tranen van dat volk worden eenmaal door God zelf uit de ogen gewist. Niet door engelen, neen, door God Zelf zullen de ogen van Zijn kinderen worden verlost van de tranen:

Hun bloed, hun tranen en hun lijden, Zijn dierbaar in Zijn oog.

Ze worden zó afgewist, dat ook de gevolgen van al het doorstane leed en moeite zullen worden weggenomen. De droefheid zal verdreven worden en aan de vorige dingen zal niet meer worden gedacht. Ongesluierd, ongetemperd, ongehinderd, ononderbroken mogen hun ogen dat lieve Wezen aanschouwen, van aangezicht tot aangezicht. O volk, wat een vertroosting: eenmaal zullen alle tranen door de Heere Zelf worden afgewist!

Maar (blij vooruitzicht, dat mij streelt!)

Ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen,

U in gerechtigheid aanschouwen,

Verzadigd met Uw Godd'lijk beeld.

 

Ds. W.J. Teunissen




 
Hersteld Hervormde Gemeente Vriezenveen