Wie is Online

  • 12 gasten
  • Inloggen



    Welkom op website van de Hersteld Hervormde Gemeente te Vriezenveen.

    Uitzending : Laden...


    Kerkgebouw

    Beth-El kerk Vriezenveen

     
    Overdenking E-mail

    Meditatie (bij het begin van het winterwerk)


    “Dewelke niet week uit den tempel”.

    Lukas 2 : 37 (midden)


    In Lukas 2 lezen wij over twee mensen die al op hoge ouderdom zijn en toch nog, kort voor hun sterven, de Heere Jezus mogen zien. Wat een vreugde moet dat zijn geweest voor deze beide mensen. Simeon zong het daarna: “Mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien”.

    Het is wel heel opmerkelijk dat Simeon en Anna beiden in de tempel waren en dat zij daar de Heere Jezus ontmoetten. In Zijn huis openbaart de Heere Jezus Zich aan de Zijnen. Is het ook niet een wonder van Gods voorzienigheid te noemen dat Simeon en Anna juist op dat  ogenblik in de tempel waren toen de Heere Jezus daar ook was?

    Nu lezen wij van Simeon dat hij door de Geest in de tempel kwam. De Heere bracht hem daar Zelf. Hoewel wij dat van Anna niet met zoveel woorden lezen, gold voor haar toch hetzelfde. Zij was een weduwe van omtrent vier en tachtig jaren, die niet week uit de tempel, met vasten en bidden, God dienende nacht en dag. Anna was al vroeg weduwe geworden. Maar door genade mocht zij het leven met de Heere kennen. God te dienen was haar leven geworden in haar weduwschap. Zij zocht in haar droefheid geen aardse schatten, maar hemelse schatten. Haar grootste verlies werd haar eeuwige winst. De tempel, Gods huis, werd haar Woning. Dat alles is genade. Een mens zoekt zelf God niet. Maar in haar leven was het wonder gebeurd dat de Heere haar opzocht en de vrucht daarvan is dat zij de Heere zocht. Anna leerde de Schat zoeken Die boven is en nu mocht zij op aarde deze Parel van grote waarde al vinden. Juist omdat zij niet uit de tempel week, was zij daar ook op het moment dat de Heere Jezus daar was. Ligt daar geen les in?

    Uiteindelijk geldt voor allen die zalig worden dat in hun leven in vervulling gaat wat David al heeft gezongen: “Eén ding heb ik van de Heere begeerd, dat zal ik zoeken, dat ik al de dagen mijns levens in het huis van de Heere mocht verkeren om de liefelijkheid des Heeren te aanschouwen en te onderzoeken.” Geld dat ook voor u en jou?  Nee, dat zal niet betekenen dat het voor ons allen mogelijk is om de komende winter nacht en dag in ons kerkgebouw te zijn. Er is het werk, het gezin of de studie waarvoor u en jij ook de verantwoordelijkheid draagt. Soms kan onze gezondheid ons belemmeren. In zekere zin was Anna’s situatie een bijzondere. Al jong was zij, kinderloos, weduwe geworden. De wereld heeft haar misschien wel betreurd. Maar de strijdende Kerk op aarde is toch jaloers op haar. Zij behoefde zich immers alleen te bekommeren over de dingen des Heeren (1 Korinthe 7 : 34). Daarin was zij rijker dan menig ander mens op aarde.

    Toch moet de vraag gesteld worden: Zijn wij net zo begerig naar het Huis des Heeren en naar de dienst des Heeren als een Simeon en een Anna? Wie door genade eerlijk gemaakt is moet het belijden van nature geen enkele lust te hebben om de Heere te dienen. Dat verlangen is bij ons niet te vinden. Hoe komt het dat dit bij Simeon en Anna toch anders was? Dat is genade. En het wordt anders, ook nog in het jaar 2017, als mensen zichzelf daadwerkelijk gaan leren kennen als verloren voor God. Als de Heere hen de ogen opent voor hun schuld. Als ze gaan zien dat het anders moet worden, maar zichzelf niet meer kunnen opknappen. Het wordt anders als mensen ernstig gaan rekenen met de eeuwigheid, omdat de Heere ze daarbij heeft bepaald. Dan krijgen we een Borg nodig voor onze ziel. En daarover horen ze in Gods Huis. Daar wordt hen de Christus verkondigd. Daar drupt het bloed van het Lam. Daar openbaart de Zaligmaker Zich aan zoekende zielen. Hebt u zo de Heere Jezus al nodig gekregen? Is Gods Huis u daarom al lief geworden? Hebt u daar al genade mogen vinden? Dan zoeken wij elke gelegenheid op om Gods Woord te horen. En nadat wij de Heere hebben leren kennen wordt dat verlangen niet minder, maar eerder groter. Dan hebben wij het elke keer weer nodig om Gods Woord te horen en de Zaligmaker nog meer te kennen. En als wij dan toch niet kunnen opgaan? Dan hebben wij daar, als het goed is, verdriet over. Maar dan zal ook blijken dat, als wij werkelijk niet kunnen opgaan, de Heere niet aan tijd of plaats gebonden is en de Heere ook in de binnenkamer over wil komen.


    En wat was de vrucht voor Simeon? Hij zong: “Mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien”. En wat was de vrucht voor Anna? Zij beleed de Heere en sprak van Hem tot allen, die de verlossing in Jeruzalem verwachtten. Is deze vrucht er ook al in uw en jouw leven?


    De Heere geve ons het komende seizoen in Gods Huis te “wonen”, tot eer van Zijn Naam, tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk en tot zaligheid van onze zielen.



    Ds. IJ.R. Bijl.





     
    Hersteld Hervormde Gemeente Vriezenveen