• 2020-01-01 15_27_53-Foto's.png
  • Kerk1.jpg

Welkom op website van de Hersteld Hervormde Gemeente te Vriezenveen

Meditatie

God regeert                                                                         

‘Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken,

den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid.

Amen’.

1 Timotheüs 1:17

De apostel noemt die heerlijke God: de Koning der eeuwen. Daarmee ziet hij op God Drie-enig, op het drievuldige Wezen van God. Bij die eeuwen denken wij aan de tijdkringen die de wereld in de geschiedenis naar de raad van God, doorloopt. De gangen van de eeuw zijn Zijne, zegt Habakuk. Hij woont in eeuwigheden, zegt Jesaja.

In het hart van God jaagt geen polsslag, maar Zijn eeuwigheid klopt in de tijd, Die Hij met de schepping deed ingaan. Van Zijn eeuwigheden hebben wij geen besef, omdat wij schepselen zijn. Wel zijn wij voor een eeuwigheid geschapen, maar we zijn eindig. Wij zijn schepselen van gisteren en weten niets. Wat betaamt ons diep te buigen voor deze heerlijke God. En wat doen wij van nature? De hand tegen Hem opsteken en Hem bespotten. Maar dat kan slechts onze dood betekenen en eeuwige ondergang baren. Wij stellen ons in slagorde tegen God. Er zijn eeuwigheden in Zijn wegen en duizend jaren zijn in Zijn ogen als de dag van gisteren. Maar deze Koning der eeuwen heeft de eeuw in ons hart gelegd.

Hij regeert met wijsheid

De tijd wentelt rusteloos voort. En God staat boven de tijd. Zo voert de apostel ons op tot de ontzaglijke majesteit van God. Geen toeval voerde heerschappij, geen draad van het wereldbestel ontglipte aan  Gods  handen. Ook dit jaar regeert Hij met wijsheid ook al is Hij vreselijk in mogendheden. Zo aanbidt de apostel Gods eeuwig welbehagen in de gang van de geschiedenis. Paulus noemt deze God ‘de onverderfelijke’. Hij heeft het leven in Zichzelf en heeft ook aan de Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelf. Zijn kracht vermindert niet. Zijn leven kan niet sterven. Zijn heerlijkheid kan niet tanen. Heden is Hij Die gisteren was en morgen zal Hij zijn als heden. Verderven kan alleen wat geworden is. Maar Hij is de eeuwig Zijnde. Is het niet waar dat de apostel hier een theoloog is bij uitnemendheid? Hij is ‘de onzienlijke’. Dat zegt meer dan ‘ongezien’. De overmaat van licht maakt Hem onzienlijk. God is een licht en geen duisternis is in Hem. Alle wasdom in kennis van de Onzienlijke, aan Wie Mozes zich vasthield, is ook toenemen hierin dat God alleen volmaakt Zichzelf kent. Zo wordt de aanbidding verdiept naar mate God meer wordt gekend in de heerlijkheid van Zijn deugden.

Wondere wijsheid

‘De alleen wijze God’, zo spreekt de apostel verder. Er is geen God dan Hij alleen. En deze God is onze God. Hoe prijzenswaardig moet Hij zijn, Die Zijns gelijke niet hebben kan. En deze enige God is wijs, alwijs. Wij kunnen die wijsheid niet doorgronden. Het Kerstfeest bepaalde ons bij die wondere wijsheid die de weg van de verlossing uitdacht en een weg baande om Zichzelf te verheerlijken. Hij heeft nooit iets verkeerds gedaan. Gelijk Hij, Wiens wijsheid nooit faalt, onze geboorte had bepaald, zó leidde Hij ook ons leven in de hemel en op aarde. Hij is wijs in hetgeen Hij geeft, maar ook in hetgeen Hij onthoudt. Naar die wijsheid zullen alle dingen medewerken ten goede degenen die naar Zijn voornemen geroepen zijn. Die God nu aanbidt de apostel en Gods Kerk met hem. ‘De alleen wijze God zij eer en heerlijkheid…’. Eer, dat is eerbetoon. Hem komt hulde toe en wordt Hem toegebracht. Daar heeft Hij in Zijn eeuwige liefde en wijsheid Zelf voor gezorgd. Heerlijkheid is hier de lofzegging aan Zijn deugden. Ja, in alle eeuwigheid moet Zijn lof rijzen en Zijn eer worden verkondigd. Aan dit eerbetoon en deze lof zal en mag geen einde komen. Als straks de tijd voorbij is, zullen de Zijnen van eeuwigheid tot eeuwigheid, door Zijn aanschouwing in verrukking worden gehouden, Hem aanbidding brengen, en de kroon werpen aan de voeten van het Lam. Dát is het doel van de verlossing. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid.

Van Amen tot Halleluja

Als wij op het Lam staren, blijft ons geen keuze over dan alleen om God te verheerlijken. Wij verlangen de Koning der eeuwen in Zijn heerlijkheid te verheerlijken. Maar daartegenover heeft het die God in Zijn onbepaalde wijsheid goedgedacht degene die uiteindelijk weigeren Hem hulde te bieden in Zijn Zoon, de rook van hun pijniging te doen opgaan in der eeuwigheid.

Ik loof eerlang U in een grote schaar! Dan is het laatste Amen vervuld en gaat Amen over in het eeuwig Halleluja.

I. Kievit (1887-1954)

Go to top