• 2020-01-01 15_27_53-Foto's.png
  • Kerk1.jpg

Welkom op website van de Hersteld Hervormde Gemeente te Vriezenveen

VAN REFORMATIEHERDENKING NAAR KERST

“Om Zijn volk kennis der zaligheid te geven, in vergeving hunner zonden”
Lukas 1 : 77

 

Soms wordt de opmerking gemaakt dat het erop lijkt alsof de tijd steeds sneller gaat. In werkelijkheid is dat niet het geval. Toch zegt Mozes, door Gods Geest geïnspireerd, als hij spreekt over het einde van ons aller leven: “En wij vliegen daarheen” (Psalm 90:10b). Ook lezen wij in de Schrift dat de Heere Jezus zegt dat de dagen omwille van de uitverkorenen verkort worden (Matthéüs 24:22). Inmiddels is ook van het jaar 2022 alweer de laatste maand aangebroken. Een jaar waarin zeer veel gebeurd is, maar ook een jaar waarvan het begin, voor ons gevoel, nog maar zo kort geleden is. Het kan voor ons gevoel zo zijn dat wij de eerste januaridag, bij wijze van spreken, nog kunnen “aanraken”. Het kan ons gevoel zijn dat wij nog maar pas aan het alweer bijna voorbij gegane jaar zijn begonnen. Hetzelfde geldt als het gaat om de kalender van het kerkelijk jaar. De zomer is voorbijgegaan. Het winterseizoen is weer begonnen en is ook alweer bijna voor de helft ten einde. De dankdag is gehouden. Ook mochten wij op 31 oktober jl., op hervormingsdag, de Reformatie herdenken. Wij mogen de Heere dankzeggen dat Hij ons de Reformatie heeft gegeven. Daardoor werd een kerk die ten onder ging aan vele dwalingen van haar dwalingen genezen. Daardoor werd ook weer die ene en allesbeslissende vraag centraal gesteld; namelijk de vraag hoe een goddeloze rechtvaardig zal zijn of zal worden voor God. Steeds opnieuw moet die vraag weer aan de orde worden gesteld in de kerk en in de prediking op de zondagen. Het is de vraag die wij mensen onszelf, van nature, niet stellen. Het is een vraag die ook de wereld ons niet stelt en waarvan de boze niets liever wil dan dat wij deze verdringen. Het is echter de roeping en de plicht van predikers, ambtsdragers en opvoeders om deze vraag op het hart te binden van de zielen die de Heere aan onze zorgen heeft toevertrouwd.

Wanneer nu de adventstijd weer is aangebroken mogen wij in de prediking horen over de verwachting van de beloofde Christus in de dagen van het Oude Testament. Ook mogen wij weer lezen van de aankondigingen van de geboorten van Johannes de Doper en van de Heere Jezus Zelf. In de kerkdiensten en mogelijk op de verenigingsavonden zullen van tijd tot tijd weer de lofzangen van Maria en Zacharias worden gezongen. Ook zullen wij dan niet alleen stil moeten staan bij Christus’ eerste komst naar deze aarde, maar ook, als het goed is, bij Zijn wederkomst. Wanneer wij namelijk de krant lezen naast een geopende Bijbel kunnen wij niet anders zeggen dan dat wij de voetstappen van de komende Christus horen. Wij mogen er allen in ons hart wel diep van doordrongen zijn dat Hij komt om de aarde te richten; de wereld in gerechtigheid. Bij dit alles moeten wij dan echter ook wel verstaan waarom de Kerk van het Oude Testament met het allergrootste verlangen heeft uitgezien naar de komst van de Messias. De heiligen uit de dagen van het Oude Testament zijn in hope zalig geworden. Zij hebben de geboorte van Christus Zelf niet mogen meemaken, maar hebben wel Zijn dag gezien en zijn daarover verblijd geweest, zoals wij bijvoorbeeld van Abraham lezen (Johannes 8:56). Wij lezen van de vromen uit de tijd van het Oude Testament in Hebreeën 11:13: “Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien en geloofd en omhelsd, en hebben beleden dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren”. Begrijpen wij dan ook waarom er zo’n uitzien was bij Anna en Simeon en alle anderen die ten tijde van Christus’ geboorte de verlossing in Jeruzalem verwachtten? (Lukas 2:38) Van Christus’ komst en werk hing geheel hun zaligheid af. Ook Zacharias, de vader van Johannes de Doper, behoorde, samen met zijn vrouw Elisabet, tot degenen die uit hebben gezien naar de komst van de beloofde Zaligmaker. Hoewel het voor hem, toen de aartsengel Gabriël hem de geboorte van Johannes de Doper bekend maakte, eerst een te groot wonder leek te zijn om te kunnen geloven dat hij zelf deze dingen mee zou mogen maken, heeft hij er later toch van gezongen. De Heilige Geest opende zijn lippen, nadat hij eerst als straf voor zijn ongeloof had moeten zwijgen. Wezenlijk zong hij over dezelfde zaken als waarover het later ging bij de kerkhervorming en als waar het steeds weer over gaat in de prediking: “Om Zijn volk kennis der zaligheid te geven, in vergeving hunner zonden, Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte; Om te verschijnen dengenen die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op den weg des vredes” (Lukas 1:77-79). Het komt er voor ons allen zo op aan om door genade zelf deelgenoot te mogen zijn van dit wonder waarover Zacharias, door genade, mocht zingen. Dan is het pas echt Kerst geworden in ons leven. Het is een eeuwig en onbegrijpelijk wonder dat God Zijn Zoon wilde zenden opdat Deze niet alleen de zaligheid zou bereiden, maar ook de kennis der zaligheid, in vergeving der zonden, zou schenken en dat aan een volk dat zelf in duisternis wandelt. Moge het ons aller gebed zijn dat deze Christus ons bestrale met het licht van Zijn gerechtigheid, voor het eerst en steeds opnieuw. 

Van harte wens ik u en jou een goede adventstijd en gezegende Kerstdagen toe.

Vriezenveen, ds. IJ.R. Bijl.          

Go to top