Welkom op website van de Hersteld Hervormde Gemeente te Vriezenveen.


Kerkgebouw

Beth-El kerk Vriezenveen

 
Overdenking E-mail

DE DINGEN DIE BIJ GOD TE DOEN WAREN


“Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig

en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen,

die bij God te doen waren, om de zonde des volks te verzoenen.”

Hebreën 2 : 17


In ons tekstwoord spreekt de apostel Paulus over “de dingen die bij God te doen waren”. Het gaat daarbij over die dingen die gedaan moesten worden door de eniggeboren Zoon van God “om de zonde des volks te verzoenen”. Daarvoor is nodig dat hersteld zou worden wat door de verschrikkelijke zondeval teniet is gedaan. Wat is daarbij teniet gedaan? De heilige eer van God en het (eeuwige) leven van Zijn schepsel. Hiervoor moeten door de werking van Gods Woord en Zijn Heilige Geest ons de ogen worden geopend, opdat wij zouden verstaan wat wij hebben gedaan en wat er gedaan moet worden tot verzoening van onze zonden.
Weet u en jij daarvan, dat wij door onze zonden de eer van God hebben geschonden en onszelf van het eeuwige leven hebben beroofd? Als de allerhoogste Profeet, Jezus Christus, ons persoonlijk daarin gaat onderwijzen krijgen we de Heere Jezus ook nodig als een barmhartig en getrouw Hogepriester, Die als Enige kon doen en als Enige heeft gedaan de “dingen die bij God te doen waren, om de zonde des volks te verzoenen”. Wie dit onderwijs nog nooit heeft genoten heeft nog geen Hogepriester nodig gekregen en leeft nog voor eigen rekening.
Het is een wonder dat de Heere zondaren, die Hem daarom vragen, nog wijs wil maken tot zaligheid. Bij dit alles is het een wonderlijke troost dat in ons tekstwoord door de apostel van Godswege verkondigd mag worden dat alles wat bij God gedaan moest worden door deze Hogepriester Christus gedaan is. Daarvoor is Hij in alles de broederen gelijk geworden. De eniggeboren Zoon van God heeft ons vlees en bloed aangenomen, is waarachtig Mens geworden. Hij is gekomen om de Wet van Zijn Vader te vervullen. Hij is gekomen om aan het kruishout als de enige Hogepriester Zichzelven te offeren.
Hij heeft aan het heilig recht van Zijn Vader voldaan. Hij heeft de vergeving van zonden en het eeuwige leven voor de Zijnen verworven. Hij heeft het uitgeroepen: “Het is volbracht”. Hij is opgestaan en heeft de dood overwonnen.
Hij is opgevaren ten hemel om op grond van Zijn offer de Zijnen vrij te pleiten. En Zijn Vader heeft met dit alles genoegen genomen. Betekent dit dat daarom alle mensen zalig worden? Nee, het werk van de Hogepriester is alleen tot nut en rijke troost voor hen die Christus door een waar geloof zijn ingelijfd. Buiten Christus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf. Maar de Heere houdt Zichzelf een arm en ellendig volk over en die zullen op Zijn Naam betrouwen. Van deze Hogepriester mag Paulus zeggen dat Hij barmhartig is. Is dat geen rijke troost voor een arme zondaar die weet van zijn of haar zonden, maar die zelf niet van zijn of haar schuld kan afkomen.
De eeuwige Zoon van God is de broederen in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde, om de zonde des volks te verzoenen. U vraagt zich af of de Heere dat wel zou willen? In het woord barmhartig klinkt de gewilligheid van deze Hogepriester door om ook uw zonden te verzoenen. Smeek de Heere er maar om. En waar Hij door Zijn Woord en Geest - op Zijn tijd en wijze – dat gebed verhoort en u bekend maakt dat uw zonden vergeven zijn, zal uw mond instemmen met het lied der Kerk: “Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid”. Zo verwerft Christus Zichzelf een Bruidskerk. Zo formeert Hij Zichzelf een gewillig volk, naar Zijn vrijmachtig welbehagen. Zo is Hij niet alleen Profeet en Hogepriester, maar is Hij bovenal een Koning Die vijanden met Zichzelf verzoent en ze maakt tot Zijn onderdanen.

Nog een woord van de tekst is onbesproken gebleven. Deze Hogepriester is ook getrouw. Het woord getrouw krijgt na ontvangen genade steeds meer betekenis. Een zondaar die van de Heere om Christus’ wil genade ontvangt heeft op dat moment genoeg aan de barmhartigheid van de Hogepriester. Maar als dan na ontvangen genade het zo vreselijk waar blijkt te zijn dat ook een kind van God nog vleselijk, verkocht onder de zonde is, dan wordt het zo’n troost dat deze Hogepriester niet alleen barmhartig, maar ook getrouw is. Als alles weer verzondigd is, mag de apostel het nochtans zeggen: Hij is getrouw, Hij kan Zichzelven niet verloochenen. Nee, de Heere laat niet varen het werk dat Zijn hand eenmaal begon. Hij leeft eeuwig om voor de Zijnen te bidden.

Hij is getrouw tot in de dood, ja tot in eeuwigheid. Zijn liefde en de liefde des Vaders zijn eeuwig. Als u na ontvangen genade alles verzondigd hebt, is er nochtans verzoening bij deze Hogepriester voor die zondaar die schreiend tot Hem vlucht. Wat is het een wonder als de Heere de Zijnen op hun smeekgebed daarvan verzekert door Zijn Woord en Geest op hun smeekgebed. Dan zingen zij: “Maar neen, daar is vergeving, altijd bij U geweest, dies wordt Gij, Heere, met beving, recht kinderlijk gevreesd”. En het is in die kinderlijke vreze dat de zondaar zich het diepst vernederd weet, maar de Koning het allermeest verheerlijkt wordt.

Zijn alle dingen die bij God gedaan moeten worden voor u en jou al gedaan door deze Hogepriester? Voor wie dat nog niet geldt: Zoekt de Heere nog, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.


Ds. IJ.R. Bijl




 
Hersteld Hervormde Gemeente Vriezenveen