• 2020-01-01 15_27_53-Foto's.png
  • Kerk1.jpg

Welkom op website van de Hersteld Hervormde Gemeente te Vriezenveen

Mijn Beminde heeft een wijngaard op een vetten heuvel. En Hij heeft dien omtuind en van stenen gezuiverd, en Hij heeft hem beplant met edele wijnstokken;
en Hij heeft in deszelfs midden een toren gebouwd en ook een wijnbak daarin uitgehouwen; en Hij heeft verwacht dat hij goede druiven zou voortbrengen,maar hij heeft stinkende druiven voortgebracht.
Jes. 5 : 1b-2

Lezers, deze tekstwoorden zijn onderdeel van een lied dat Jesaja voor zijn Beminde en Zaligmaker Jezus Christus heeft gezongen. Hij is immers de Bruidegom van Zijn Kerk waarvan al de profeten en apostelen dienaars zijn. Zo was die Beminde in de dagen van Jesaja ook zeer bewogen met Zijn volk Israël en wel heel bijzonder met de inwoners van Juda. Hij wilde niets liever dan dat zij in ware liefde aan Hem verbonden zouden worden om in Zijn genade te mogen delen en oprechtelijk voor Hem te wandelen.

Die bewogenheid Gods is thans, al zoveel eeuwen later, niet minder geworden. Zelfs nog meer uitgebreid aangezien het Evangelie niet tot de Joden beperkt is gebleven, maar ook uitgegaan is onder de heidenen. Ja ook wij leven onder de bediening van dat Goddelijke getuigenis en ook aan onze zielen wordt uitnemend veel arbeid ten koste gelegd. We staan samen immers aan het begin van het nieuwe winterseizoen waarin Hij Zijn arbeiders nog werkzaam doet zijn opdat Zijn Naam verheerlijkt en zondaren, ook in Vriezenveen, tot waarachtige bekering worden gebracht.

Het beeld tekent ons een wijngaard op een vette heuvel. Dus een geschikte plaats van vruchtbare aarde. Die aarde is doordrenkt van regen zoals ook de plaats waar wij geplant zijn een rijke bevoorrechte plaats is in tegenstelling tot andere plaatsen. Wij verkeren op het erf des verbonds waarin al vele jaren het Woord zo rijkelijk uitgaat en onder ons bekend is; zowel hoorbaar als ook zichtbaar in de sacramenten en waarin Christus’ werk keer op keer neer druppelt in het midden der gemeente. Hij heeft deze wijngaard ook met zorg omtuind opdat deze muren en hagen vijanden en wild gedierte ons niet zouden verderven. Och, lezers, wat een zorg heeft de Heere met ons en onze kinderen als we opmerken dat wij ongestoord en in vrede mogen opgaan en zitten in Gods Huis. Wat worden op onze scholen ook onze kinderen in liefde bewaakt voor allerlei wind van leer en invloeden die de ziel zouden verderven. Dat we het toch zouden zien wat een voorrechten dat zijn. Jongelui, dat lijkt misschien soms zo benauwend, maar besef hoe kostbaar de Heere jullie onsterfelijke zielen behandelt opdat jullie niet eeuwig zullen omkomen! We lezen dat de wijngaard van stenen en verborgen onzuiverheden is gezuiverd opdat de wortels niet aangetast, maar veeleer uit die vette en zuivere aarde gevoed zouden worden. Ach, wat heeft Hij alzo Juda en Jeruzalem van alle afgoderij en ongerechtigheid willen ontdoen opdat de ware godsdienst in de verkondiging van de genade Gods in Christus Zijn volk tot het ware leven zou wekken. Dan bedenken we, lezers, hoe ook ons land en onze gemeente door de Reformatie ontdaan is van het Roomse zuurdesem. Allerlei dwaling mocht worden weggenomen, opdat wij ook in de belijdenisgeschriften klaar en duidelijk lezen hoe ganselijk onbekwaam wij van onszelf zijn, maar enkel en alleen door het geloof in Christus voor God rechtvaardig gerekend worden en dat als een gave Gods. Onder die zuivere leer der Waarheid mogen wij verkeren waarin ons gepredikt wordt dat wij niet door de werken der Wet zalig hoeven te worden. Want, lezers, dan zouden wij nimmer die goddelijke toets kunnen doorstaan!

Maar onvruchtbaren in zichzelf maakt Híj vruchtbaar! Dan leren zij als zo’n wijnstok door het wonder van eeuwige en soevereine genade alles uit Hem te ontvangen. Waar Hij in Zijn toebereide wijngaard zelfs de edelste wijnstokken geplant heeft en dienaangaande er alles voor over gehad heeft dat Zijn wijngaard overvloedig vrucht zou voortbrengen, lag het ook in Zijn tere zorg besloten dat Hij in het midden een toren gebouwd heeft opdat wachters daarin zouden waken voor gevaren. Zij moesten gedurig toezien opdat de landman uiteindelijk zich zou verheugen over de opbrengst. Wel, daarin ligt ook een nadrukkelijke les voor de ambtsdragers zo zult u zeggen! En terecht, maar gelijker tijd toch ook niet minder voor vaders en moeders in de gezinnen. En voorts voor het onderwijzend personeel op de scholen. Dan moet gewaarschuwd worden voor de gevaren die op de loer liggen. Dan moet gewaakt worden voor kwade en verderfelijke invloeden van buitenaf die een goede vrucht in de weg zouden staan. Maar moet ook eerlijk worden toegezien of er een schadelijke weg is bij de leden der gemeente; betreffende de leer als óók het leven. Die getrouwe wachters worden geacht kennis te hebben van God en Zijn werk, maar ook gericht te zijn op de verheerlijking van Zijn Naam. Getrouwe arbeiders in de wijngaard zullen immers alleen dán tevreden zijn als er vrucht openbaar komt. Want die wijnpersbak in de rotsen uitgehouwen is gebouwd opdat de oogst ingezameld en de vele bezieën samengeperst zijnde als één wijn en drank vermengt worden. In die rijkdom van de wijngaard zal de Landman Zich verheugen. Dan rijst natuurlijk de vraag voor ons allen: wat heeft de arbeid des Heeren aan onze zielen uitgewerkt? Zijn Woord keert immers nooit ledig tot Hem weder maar zal voorspoedig zijn waartoe Hij het zendt. De vrucht van geloof en bekering is noodzakelijk. Wij worden ten volle verantwoordelijk gehouden, maar het zal voor heel de Kerk des Heeren tot verwondering zijn dat Hij de Eerste is geweest. Dat goede werk heeft Hij aangevangen, daartoe in de wijngaard alles toebereid en verordineerd. Want hun vrucht is uit Hem gevonden. Maar Hij waakt ook nauwkeurig over Zijn eigen werk, want de Zijnen kunnen het in dat allereerste ontkiemen van het werk des Geestes zelf nooit verder brengen. Doch Hij staat voor de vrucht in, die toch uiteindelijk daarin bestaat dat zij ín Christus zijn en voorts dóór en vóór Hem leven. Maar waar nu zulke vruchten gevonden worden houdt Hij getrouw Zijn werk in stand al de dagen van hun leven. Totdat de vruchten eenmaal ingezameld gaan worden. O, wat zal dat voor al diegenen toch een dag van grote vreugde zijn om dan tot verwondering ingebracht te worden in de eeuwige zaligheid hoewel het voor hen een nauwelijks zalig is geworden. Maar waar zullen dan de zondaars en de goddelozen verblijven? Moeten die straks tot hun schrik erkennen dat ze niet dan stinkende druiven hebben voortgebracht? Is die vraag wel eens door ons overdacht? Hebt u daarom de grootheid van de bemoeienis Gods in uw leven weleens overdacht? Wat maakt de Heere toch onderscheid met ons in vergelijking met zovelen! Ons zijn de Woorden Gods toebetrouwd.  Aan ons wordt telkenmale voorgesteld onze doodstaat, ellendigheid en onbekwaamheid. Ons wordt ook vanuit dat Woord verklaard dat het de Geest des Heeren is, Die Heere is en levend maakt. Tot ons komt zo indringend de oproep om in dat liefelijke heden der genade Hem te smeken om Zijn licht en leiding. Tevens wordt ons zó indringend verklaard dat alleen het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden! Och, lezers, dat ook in de komende wintermaanden het dan de Heere mocht behagen onze zielen te bearbeiden, te leiden en te weiden.

 

Ds. K. van Olst

Go to top