• 2020-01-01 15_27_53-Foto's.png
  • Kerk1.jpg

Welkom op website van de Hersteld Hervormde Gemeente te Vriezenveen

“DE BLIJDSCHAP DES HEEREN”

De blijdschap des Heeren, die is uw sterkte.

Nehemia 8 : 11.

Het was een grote dag voor Israël toen Ezra de Wet Gods van zijn houten kansel bij de Waterpoort plechtig voorlas. De Wet was gedurende tientallen jaren verwaarloosd en nu hoorde het volk hoe ver men was afgeweken, hoezeer men was te kort geschoten. De vergaderde menigte werd verslagen, weende en bedreef rouw. Daar zullen er geweest zijn wier ontroering vluchtig was als een rimpeling van het water; ook wij kennen de “nat-ogen” bij wie de bijzondere bearbeiding des Geestes ontbreekt en zo worden de tranen weer spoedig gedroogd zonder ware vertroosting.

Daar zullen er echter evenzeer geweest zijn in wie de droefheid naar God zich baan brak onder Ezra’s voorlezing van de Wet. In hen begon een waar werk van de Hemel zich te ontplooien en dan is de verbrokenheid des harten vanwege de aanvankelijk ontdekte ellende één der eerste kentekenen. Dan rijzen zuchtingen op en vloeien er tranen, maar dan zijn wij niet zo gemakkelijk getroost als de oppervlakkig bewogene. Tot die waarlijk verbroken harten mochten Nehemia en Ezra met hun helpers zeggen: “Deze dag is Jehovah heilig; eet het vette en drinkt het zoete, bedroeft u niet; want de blijdschap des Heeren, die is uw sterkte”.

Ieder mens ervaart dat droefenis de hand verslapt en de knie verzwakt; opgeruimdheid daarentegen vermeerdert werklust en werkkracht. Maar de wedergeborene ziel krijgt dit in verhoogde mate te verstaan. Ach, als wij in ons ongeluk lopen vanwege des vijands onderdrukking en omdat wij de Heere kwijt zijn, zo is er sloomheid die de arbeid bemoeilijkt. Uw dagelijks bedrijf vlot niet en uw geestelijke werkzaamheden worden geremd.

Wanneer de Heere echter nog eens overkomt en door Zijn lieve Geest tot het verontrust gemoed van vrede wil spreken, dan wordt het anders. Wanneer er licht en zicht op de dierbare Zaligmaker mag zijn en Diens volbrachte borgwerk in het geloof mag worden gemijnd, zo komt er samenstemming met de Psalmdichter: “Ik ben zeer vrolijk in den Heere”. De nevelen scheuren en de Zonne der gerechtigheid breekt door, de schuldenlast valt af en wordt vervangen door de toegerekende gerechtigheid van de Middelaar, de Wet moet haar vervloeking prijs geven en de zegen daalt uit de hoogwaardige Heerlijkheid neer; er mag geroemd worden: “Hoe groot is Uw goed dat Gij weggelegd hebt voor degenen die U vrezen” en een nieuw lied, een lofzang voor de Allerhoogste wordt in het hart gelegd.

Dat is de blijdschap des Heeren, welke bereid is voor verloren en verkoren zondaars. En deze blijdschap is tot sterkte. Tot sterkte voor het aardse beroep, tot sterkte op de weg van Gods geboden, tot sterkte naar lichaam en ziel, voor leven en voor sterven. Wel wordt de blijdschap telkens weer getemperd en teruggedrongen, wijl nieuwe afmakingen scheiding maken tussen de Hemel en het hart, maar de onwankelbaar Goedertierene komt het verbrijzeld gemoed ook weder het genot schenken van de verzoende betrekking en bedienen uit de volheid Christi.

De blijdschap des Heeren is niet als een vuurwerk, doch als een koesterend vuur; geen uitbundigheid, maar stil geluk. Wat zal het wezen wanneer de vrijgekochten tot Sion zullen komen en eeuw’ge blijdschap op hun hoofd zal zijn.

Wijlen ds. E. van Meer (1891-1954).                                                                                                                                                                                               

Go to top