• 2020-01-01 15_27_53-Foto's.png
  • Kerk1.jpg

Welkom op website van de Hersteld Hervormde Gemeente te Vriezenveen

UW PADEN

“HEERE, leer mij Uwe paden”

Psalm 25 : 4

De intrede van een nieuw jaar doet allerhande vragen bij ons rijzen; het beantwoorden van die velerlei vragen staat evenwel niet in onze macht. Wij zijn nietige, kortzichtige, zondige schepselen, die ondanks onze zelfinbeelding het leven niet in eigen hand kunnen houden. Gelukkig, wie zulks door het onderricht des geestes van harte leert erkennen. Dubbel gelukkig, wie door deze onderwijzing wordt aangedreven tot Davids smeking: “Heere, wil mij Uw voorlichting niet onthouden, leer mij Uwe paden”. Dit is een bedelaarsgebed, een blindemansgebed; uit armoede en duisternis krijgen wij de handen omhoog te heffen tot Hem, Die in de hemelen zit.

Met het oog op ons aardse bestaan zullen wij vragen: “Leer mij Uwe paden”. Och, wij tekenen zelf zo gaarne de weg, waarlangs onze voeten moeten gaan; wij dromen van gezondheid en welvaart, van voorspoed in bedrijf en huisgezin, maar de kwade dag stellen wij verre. Menigeen reikt met zijn gedachten niet hoger wanneer hij de naaste “veel heil en zegen” wenst. De Psalmdichter heeft het door wedergeboorte en bekering anders leren zien. “Heil en zegen” is niet het bewandelen der zelfgekozen paden, doch het geleid worden naar Gods raad in het spoor der gerechtigheid. Waar kwam David terecht als hij eigen inzichten en lusten volgde? Zijn levensgeschiedenis toont het overvloedig: dan viel hij in de zonde en geraakte hij in de ellende. Hoe verging het hem daarentegen als hij de Heere mocht volgen? Dan kende hij, ondanks druk en tranen, een open hemel met een Troon der genade.    

Ook met het oog op de eeuwigheid past de bede: “Leer mij Uwe paden”. De vader der leugen houdt ons geblinddoekt; daardoor is er noch zelfkennis noch Godskennis. Zal de satan zijn prooi loslaten, zo moet de Heere Zelf eraan te pas komen met Zijn onweerstandelijke genade. Dan worden wij geleid op het pad van verootmoediging, van schuldbesef en zonderouw. Doch daarna kan het ook gebeuren, dat onze voeten gericht worden op de weg des vredes, die Immanuël baande en ontsloot. Wie buiten ’s Heeren weg wandelt, mag voor een poos te benijden schijnen, gelijk Asafs goddeloze tijdgenoten; het einde is echter verderf en ondergang. Maar op Gods paden gaat het van kracht tot kracht, wat niet uitsluit dat het tevens gaat van klacht tot klacht; en het einde zal wezen: Sion, de stad die fundamenten heeft.

Hoe nodig is de smeking van onze tekst op elke dag, waarmede de Heere ons nog het heden der genade wil verlengen. De Mond der Waarheid vermaande zo ernstig: “Wijd is de poort en breed is de weg die tot het verderf leidt en velen zijn er die door dezelve ingaan”. Doch “eng is de poort en nauw is de weg die tot het leven leidt en weinigen zijn er die denzelven vinden”. Bij alle verscheidenheid naar het uiterlijke zijn er per slot van rekening slechts twee wegen: zegen of vloek, leven of dood, Christus of Belial. Dat de Geest der genade en der gebeden zich werkzaam betone en wij uit ’s harten diepste grond te vragen krijgen: “Heere, leer mij Uwe paden”. Als wij met deze bede het nieuwe jaar mogen in- en doorgaan, zijn wij op onze plaats: de mens niets en God alles. Als deze bede genadige verhoring vindt, ontvangen wij waarlijk “veel heil en zegen”.    

Wijlen ds. E. van Meer (1891-1954).

Go to top